Tips & Actualiteiten

Actualiteit | 19 maart 2019

Loonkostenvoordeel lage inkomens? Nieuwe tarieven

Heeft u werknemers in dienst met een laag loon? Dan heeft u misschien recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. De grenzen voor het uurloon voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) zijn voor het jaar 2019 onlangs vastgesteld.

Twee categorieën

Werkgevers hebben recht op een tegemoetkoming in de loon-kosten als ze werknemers in dienst hebben die minimaal 100% van het wettelijk minimumloon verdienen en maximaal 125%. Er zijn twee categorieën. Ten eerste de hoge tegemoetkoming. Die krijgt de werkgever in 2019 voor werknemers met een uurloon van minimaal € 10,05 en maximaal € 11,07. De lage tegemoetkoming geldt voor werknemers met een uurloon van meer dan € 11,07 en maximaal € 12,58 per uur. De hoge tegemoet-koming bedraagt € 1,01 per uur en maximaal € 2.000 per jaar. De lage bedraagt € 0,51 per uur en maximaal € 1.000 per jaar.

U kunt het uurloon van uw werknemers zelf beïnvloeden, zodat u zo veel mogelijk van het LIV profiteert. Bijvoorbeeld door werknemers die iets boven de grens van het uurloon verdienen een kostenvergoeding via de werkkostenregeling te geven in ruil voor iets minder loon. Uiteraard kan dit alleen binnen de wettelijke mogelijkheden.

Wilt u fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke technieken?

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Milieulijst 2019 vastgesteld. In deze Milieulijst zijn categorieën bedrijfsmiddelen aangewezen die in aanmerking komen voor Willekeurige afschrijving (Vamil) en voor milieu- investeringsaftrek (MIA).

Met de MIA profiteert u van een investeringsaftrek die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Dat komt bovenop uw gebruikelijke investe-ringsaftrek. Met  de Vamil kunt u tot 75% van de investeringskosten afschrijven. Bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu worden met de instrumenten MIA en Vamil fiscaal gestimuleerd. Hierbij gaat het om niet-gangbare bedrijfsmiddelen.

Btw-vrij personeel uitlenen? Nieuwe voorwaarden!

Het uitlenen van personeel is in beginsel gewoon belast met btw. Er zijn echter uitzonderingen. Het besluit dat betrekking heeft op die uitzonde-ringen, is herzien. Enkele voorbeelden.

Personeel in sociaal-culturele sector

Personeel dat werkzaam is in de sociaal-culturele sector, kan onder voorwaarden zonder heffing van btw worden uitgeleend. In het besluit is een extra voorwaarde toegevoegd. Deze bepaalt dat ook de uitlener zich wat betreft zijn primaire activiteiten moet kunnen beroepen op de vrijstelling die in de btw geldt voor prestaties in de sociaal-culturele sector. Hij mag voorts geen winst beogen of concurrentieverstorend optreden.

‘Nauw samenhangende’ prestaties

De Wet omzetbelasting kent ook een aantal vrijstellingen, onder andere voor medische diensten en onderwijs. Deze vrijstellingen bevatten veelal een bepaling dat met deze diensten ‘nauw samenhangende’ prestaties evenzeer onder de vrijstelling vallen. Dit om te voorkomen dat een gering onderdeel van de prestatie wel belast zou zijn. Het herziene besluit geeft voor een aantal vrijstellingen aan wanneer het uitlenen van personeel als een ‘nauw samenhangende’ prestatie kan worden aangemerkt.

Werkkostenregeling per 2020 verruimd

Werkgevers mogen per 2020 meer uitgeven aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor hun personeel. De verruiming heeft de vorm van een verhoogd percentage van 1,7% tot een loonsom van € 400.000. Daarboven blijft het bestaande percentage van 1,2% gelden. De maatregel is vooral bedoeld voor het mkb. Met name kleinere werkgevers met een bescheiden loonsom profiteren ervan.

Het hogere percentage van 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom betekent dat maximaal € 2.000 aan extra belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen kan worden gegeven. Let op: dit voorstel moet nog worden goedgekeurd door het parlement.

Voorbeeld:
Een werkgever met een loonsom van € 500.000 kan nu 1,2% ofwel € 6.000 uitgeven aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Vanaf volgend jaar wordt dit 1,7% x € 400.000 + 1,2% x € 100.000, ofwel € 6.800 + € 1.200 = € 8.000.

De verruiming betekent dat met name kleinere werkgevers minder vaak een eindheffing van 80% over vergoedingen en verstrekkingen moeten betalen. Deze is namelijk verschuldigd wanneer er meer wordt uitgegeven dan de vrijgestelde bedragen en komt voor rekening van de werkgever.

Vraag btw op zonnepanelen snel terug

Particulieren die zonnepanelen aanschaffen, kunnen de btw op de aanschafkosten terugkrijgen. Vanaf dit jaar is dit gebonden aan een termijn, zo maakte de staatssecretaris van Financiën bekend. De termijn is vanaf dit jaar zes maanden na het jaar van aanschaf. Koopt u dit jaar dus zonne-panelen, dan moet u vóór 1 juli 2020 de btw terugvragen.

Voor alle zonnepanelen die vóór 2019 zijn aangeschaft, is er overgangs-recht.  De  btw  op  deze  zonnepanelen  dient  vóór 1 juli 2019 te worden teruggevraagd, voor zover dit uiteraard nog niet is gedaan. Het maakt dus niet uit in welk jaar de zonnepanelen zijn aangeschaft.

Door het terugvragen van de btw is de aanschaf van zonnepanelen extra voordelig. De levering van energie die met de zonnepanelen wordt opgewekt, is weliswaar belast, maar deze btw hoeft in vrijwel alle situaties niet te worden betaald. Dit vanwege de zogenaamde kleineondernemers-regeling in de btw, die ervoor zorgt dat bedragen tot € 1.345 aan btw niet hoeven te worden afgedragen.

Wijziging kantineforfait sportclubs

Vanwege de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% per 1 januari 2019, is ook het kantineforfait voor sportclubs per dezelfde datum gewijzigd. Sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld van btw-heffing, hoeven over hun kantineontvangsten geen btw af te dragen. Ze kunnen dan ook geen btw aftrekken over de inkoop. Voorwaarde is dat de kantineontvangsten in 2019 niet meer dan € 68.067 bedragen. Gaan de ontvangsten over deze grens heen, dan mag voor de btw- afdracht een forfaitair percentage worden toegepast. Dit percentage is verhoogd van 11,5% naar 13%.

De goedkeuring is alleen van toepassing als de kantine als normale nevenactiviteit van de sportclub kan worden beschouwd. Dit betekent dat de activiteiten van de kantine moeten samenhangen met de primaire activiteiten van de betreffende sportclub. Deze goedkeuring heeft tot gevolg dat de totale kantineontvangsten de grondslag vormen van de heffing. Dat geldt dus niet alleen voor de opbrengst voor het verstrekken van voedsel en drank, maar ook voor de opbrengst uit de exploitatie van speelautomaten en dergelijke.

Fiscaal overgangsrecht bij harde Brexit

Staatssecretaris Snel van Financiën vindt het wenselijk om met fiscaal overgangsrecht – anders dan de douanewetgeving – te komen als er op 29 maart sprake zal zijn van een harde Brexit. Een harde Brexit leidt namelijk direct tot een andere fiscale behandeling van bedrijven en burgers.

  • Zo heeft een no-deal-Brexit gevolgen voor de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting, waarbij bijvoorbeeld een zogeheten topmaatschappij in het VK is gevestigd. Na een no-deal-Brexit wordt een dergelijke fiscale eenheid van rechtswege verbroken, aldus de staatssecretaris.
  • Ook Nederlanders die in het VK woonachtig zijn en van wie het inkomen (deels) in Nederland is belast, verliezen na de Brexit het recht op eventuele persoonsgebonden aftrekposten.

Snel wil daarom een regeling voor burgers voor een aantal belastingwetten voor het lopende belastingjaar, waarbij het VK nog wordt beschouwd als onderdeel van de EU. Hierdoor blijft het huidige fiscale regime voorlopig van toepassing. Daarnaast wil hij ook overgangsrecht voor bedrijven, bijvoorbeeld wat betreft de fiscale eenheid en bijvoorbeeld om te voorkomen dat in hetzelfde boekjaar verschillende fiscale behandeling plaatsvindt over hetzelfde feitencomplex.

Hogere vrijstelling bij schenking bedrijf

Als een bedrijf wordt geschonken of geërfd, moet schenk- of erfbelasting worden betaald. Onder voorwaarden geldt bij het schenken of erven van een bedrijf in 2019 een vrijstelling van € 1.084.851. Dit is bijna € 13.000 meer dan vorig jaar. Van het meerdere boven deze grens is nog eens 83% vrijgesteld van belasting.

Het doel van de regeling is dat het voortzetten van een bedrijf minder gehinderd wordt door fiscale obstakels. Een van de voorwaarden is dan ook dat het bedrijf minstens vijf jaar wordt voortgezet door de verkrijger.

LET OP: Betreft het een bv, dan moet de onderneming van deze bv nog minstens vijf jaar worden uitgeoefend en moet de verkrijger de aandelen minstens vijf jaar in bezit houden. Hij of zij hoeft  dus niet werkzaam te zijn voor het bedrijf. Bij schenken zal tevens een beroep worden gedaan op de doorschuiving van de aanmerkelijkbelangbelasting (box 2). Een extra voorwaarde is dat de verkrijger minimaal 36 maanden bij de onderneming betrokken is.

Over het belaste deel van een schenking of erfenis wordt een aanslag opgelegd waarvoor onder voorwaarden maximaal tien jaar uitstel van betaling kan worden verleend.

Auteur

Marc Derks

Tips & Actualiteiten

Actualiteiten

Blijf op de hoogte van de laatste nieuwtjes en alerts
Gegevens ophalen