Box 3 heffing verlagen door schulden

Actualiteit | 4 november 2015

– Taxnews 1535 –

Er is de laatste tijd veel te doen over de vaste (forfaitaire) heffing van inkomstenbelasting in box 3 (zie o.a. ons Taxnews nummer 1514). Veel weerstand is er tegen het heffen van 30% inkomstenbelasting over een verondersteld rendement op beleggingen van 4%, ongeacht welk rendement werkelijk is behaald. Het kabinet komt in het Belastingplan 2016 tegemoet aan de kritiek om de heffing minder grof te maken. Zo zal er per soort belegging (bijvoorbeeld liquide middelen of aandelen) een rendement worden vastgesteld, dat beter aansluit bij rendementen die in de markt zijn gerealiseerd. Maar ondertussen kunnen belastingplichtigen zelf ook maatregelen nemen ter besparing van de heffing in box 3. Wij bespreken hierna enkele mogelijkheden.

De box 3 heffing van 1,2% (30% x 4%) vindt plaats over het saldo van bezittingen en schulden met als peildatum 1 januari van elk jaar. Het meest voor de hand liggend is dat het hiervoor genoemde saldo verlaagd wordt door de bezittingen in box 3 te verlagen. Dat kan bijvoorbeeld door spaargeld te gebruiken voor de eigen woning (box 1), vermogen onder te brengen in een BV of open fonds voor gemene rekening (box 2; zie ook Taxnews Boxhoppen 1534) of door schenkingen te doen. Maar ook aan de kant van de schulden bestaan mogelijkheden om de heffing in box 3 te matigen.

Schulden zijn alle verplichtingen met een waarde in het economisch verkeer. Niet alle verplichtingen zijn echter aftrekbaar in box 3. Uitgezonderd zijn in de eerste plaats die verplichtingen waarvan de betaling leidt tot een persoonsgebonden aftrekpost in box 1. Maar omdat kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2015 niet meer aftrekbaar is als persoonsgebonden aftrekpost, geldt de contante waarde van een dergelijke verplichting als aftrekbare schuld in box 3 In (zie Taxnews 1508). De wetgever heeft dit met het Belastingplan 2016 gerepareerd vanaf 1 januari 2017, maar voor de jaren 2015 en 2016 is aftrek echter mogelijk op dit punt.

In de tweede plaats zijn ook belastingschulden uitgesloten van aftrek in box 3. Vanaf 1 januari 2010 is een erfbelastingschuld echter niet langer uitgezonderd. Daarnaast is in 2012 in een beleidsbesluit goedgekeurd dat wanneer voor 1 oktober van enig jaar is verzocht om een (hogere) voorlopige aanslag en deze nog niet is opgelegd voor 1 januari van het jaar daarop, de belastingschuld toch mag worden meegenomen als schuld in box 3.

Ten slotte blijkt uit een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam nog een interessante aftrek mogelijkheid te bestaan voor iemand die zijn belastingschuld overdraagt aan een derde, bijvoorbeeld zijn eigen BV. In die casus had een directeur groot aandeelhouder (DGA) een aanzienlijk inkomstenbelastingschuld waarvoor hij uitstel van betaling had gekregen. Hij droeg deze belastingschuld over aan zijn BV, waardoor deze volgens het Hof het vermogen van de DGA had verlaten. Het belang bij die schuld lag vanaf de overdracht bij de BV. De DGA had in plaats daarvan een schuld gekregen aan zijn BV en die schuld was ‘gewoon’ aftrekbaar in box 3 voor de DGA.

Belang voor de praktijk
Betaalt u kinderalimentatie, heeft u tijdig verzocht om een hogere aanslag inkomstenbelasting of heeft u een belastingschuld die u aan uw BV kunt overdragen? Dan kunt u wellicht de grondslag voor de box 3 heffing op eenvoudige wijze verlagen. Zolang de heffing nog is gebaseerd op het vaste rendement van 4%, geldt dat alle beetjes helpen. Onze adviseurs bekijken graag met u welke mogelijkheden u heeft.

Auteur

Sandra Lindeman

Box 3 heffing verlagen door schulden

Actualiteiten

Blijf op de hoogte van de laatste nieuwtjes en alerts
Gegevens ophalen

IT-Audit
Audit
Robert Johan
rjohan@horlings.nl
+31 (0)20 5700 200

 
Neem contact op